Zoek hier naar je onderwerp

Helmondse feiten en cijfers

Ken jij de statistieken?

Feiten en cijfers

Huwelijken en scheidingen

Eén op de drie huwelijken eindigt in een scheiding. Daarnaast zijn er ook veel volwassenen die een samenwoonrelatie verbreken. Dit betreft vaak jonge mensen die nog maar kort samen waren, maar ook steeds vaker paren met kinderen. In Nederland zijn jaarlijks totaal ruim 70.000 thuiswonende kinderen bij deze (echt)scheidingen van hun ouders betrokken. Een scheiding is een heel ingrijpende gebeurtenis voor iedereen die er mee te maken krijgt en kan grote impact hebben.

In Helmond maakten 193 kinderen in 2016 een scheiding mee. Daarbij zijn kinderen van niet-gehuwde ouders niet meegeteld. 12 % van de 0-11-jarigen woont niet samen met beide ouders. Bij 12-18 jarigen is dat 25%. 11% van de kinderen tot 12 jaar heeft ooit een scheiding meegemaakt (1420). Bij de 12 tot 18-jarigen is dat 21 % (1640)

Problemen scheidingskinderen

Scheidingskinderen hebben gemiddeld 2 keer zo veel problemen als kinderen uit intacte gezinnen. Volgens Ed Spruijt heeft dat te maken met een aantal risicofactoren. Hij noemt chronische ouderlijke ruzies, een thuiswonende ouder die niet optimaal functioneert, financiële achteruitgang en de combinatie van veel bijkomende veranderingen. Ook het niet nakomen van afspraken tussen ouders is een belangrijke risicofactor.  Want of een scheiding van ouders nu goed of minder rustig verloopt, kinderen moeten altijd afscheid nemen van een bestaande situatie die voor hen vanzelfsprekend was.

Kinderen missen altijd één van hun ouders, en soms ook de familie van één van de ouders. Soms moeten kinderen verhuizen, en zelfs naar een andere school. Dat betekent verlies van vriendjes of vriendinnetjes. Dat gaat gepaard met emoties, en het duurt een tijdje voordat kinderen hun weg hebben gevonden in hun nieuwe leventje.

Ed Spruijt, scheidingsonderzoeker, constateert dat co-ouderschap vereist dat ouders goede afspraken kunnen maken. Opvallend vindt hij ook dat co-ouderschap bij mensen met een migratieachtergrond veel minder vaak voorkomt, en dat kinderen uit deze gezinnen meer problemen hebben.

Wetgeving

“Voor kinderen is de wetgeving rond scheiding van grote betekenis. Hun woon- en leefsituatie na de ontbinding van de relatie van hun ouders, staat op het spel. De verandering in de wet van 1 januari 1998 heeft duidelijke effecten gehad. Of de verandering in de wet is een duidelijke uitdrukking van veranderingen in de samenleving. De frequentie van het contact met de uitwonende ouder is vanaf 1998 toegenomen. Maar de ruzies tussen de ouders zijn dat volgens de kinderen ook. Dat maakt eens te meer duidelijk dat gezamenlijk uitoefenen van het ouderlijk gezag na de scheiding niet vanzelf gaat, maar moet worden geleerd. De overheid zou er goed aan doen scheidingsvoorbereiding en –voorlichting daadkrachtig te stimuleren.” (Ed Spruijt, scheidingskinderen, 2007)

Rapport kinderombudsman

In het rapport van de kinderombudsman uit 2014 staat: “Deskundigen zijn het er over het algemeen over eens dat het betrekken van kinderen in een vechtscheiding als een vorm van kindermishandeling moet worden gezien. Geestelijk geweld en emotionele verwaarlozing kunnen immers net zo schadelijk voor kinderen zijn als lichamelijk geweld. Als ouders hun kinderen inzetten als machtsmiddel, als zij de andere ouder naar beneden halen waar het kind bij is, of als zij zelfs geweld plegen terwijl de kinderen getuige zijn, is dat schadelijk voor kinderen. “……..”De kinderombudsman vindt, dat ernstige ontwikkelingsbedreiging en emotionele verwaarlozing van kinderen die het gevolg zijn van de vechtscheiding van hun ouders, inderdaad als vorm van kindermishandeling moet worden gezien”.
Daarnaast zijn de gevolgen van scheidingen volgens Ed Spruijt een kostbaar maatschappelijk effect dat een verdubbeling ziet van zowel internaliserende- als van gedragsproblemen op de korte termijn en een lager bereikt opleidingsniveau, meer internaliserende problemen en een groter scheidingsrisico op de lange termijn.

Partners